Een inspirerende Waterbouwdag 2016

De Waterbouwdag wordt steeds meer een dag die je niet mag missen. Dat bleek wel weer tijdens de Waterbouwdag 2016, waar een breed publiek aanwezig was om kennis te nemen van alle ontwikkelingen in het vakgebied. Hoog of Droog was het thema, ofwel: welke factoren bepalen de keuze voor polder of aanvulling bij landaanwinning? Onderstaand een impressie van het plenaire deel van deze dag.

Prof. Han Vrijling gaf als (scheidend) dagvoorzitter een introductie op het dagthema. Landaanwinningen zijn schoolvoorbeelden van waterbouwkundige projecten die de economische groei verhogen en ‘in normale tijden’ winstgevend moeten zijn. Dat was al zo met vroegere inpolderingen in Nederland, Engeland en Duitsland, waar Nederlanders al goede polderaars bij betrokken waren. Maar het aantal inpolderingen is de laatste jaren wereldwijd sterk gedaald. Wat is de oorzaak daarvan?

Polder versus aanvulling
Matthijs van Ledden van Royal HaskoningDHV ging in zijn voordracht dieper op deze vraag in. Wat betreft aanlegkosten is een polder voordeliger dan een aanvulling naarmate de oppervlakte toeneemt. Bij een landaanwinning van enige omvang is een polder dus goedkoper. Maar er zijn meer factoren: een polder kent overstromingsrisico, er is interne waterberging nodig, wat het effectieve oppervlak beperkt en de polder moet bouwrijp gemaakt worden, en dat kost tijd. Calamiteiten zoals de overstromingen bij New Orleans hebben laten zien over welke risico’s het kan gaan bij polders. De enige gebieden wereldwijd waar recent polders zijn aangelegd, liggen voor de kust bij Shanghai waar de opslibbing enorm is, en in Singapore omdat een aanvulling hier te kostbaar zou zijn.

In de voordracht van Michel van Heereveld van Royal HaskoningDHV kwam de stadsuitbreiding van Kanpur lang de Ganges in India aan de orde. Hier waren de kosten voor een polder een factor 10 lager ingeschat dan voor een aanvulling, maar technische onzekerheden zoals overstromingsrisico’s gaven toch de doorslag ten gunste van een aanvulling.

Windpark in de Noordzee
Nederland staat voor de uitdaging om de komende jaren het aandeel windenergie bij de stroomopwekking aanzienlijk te verhogen; in 2023 moet bijna de helft van alle huishoudens ‘draaien’ op windenergie. Tennet heeft als netbeheerder een ambitieus investeringsprogramma van 20 miljard euro de komende 10 jaar. Aanvullend op geplande eilanden voor de Nederlandse kust zijn er plannen voor het aanleggen van drie windenergie-eilanden op de Doggersbank op het midden van de Noordzee. De eilanden van 6 km2 zullen ook als hub dienen voor schepen en kleine vliegtuigen. Het is duidelijk dat de aanleg van deze en andere windenergie-voorzieningen een stimulans zijn voor de offshorebedrijven.

Renovatie stuwen Nederrijn en Lek
De huidige stuwen in Driel, Amerongen en Hagestein zijn met hun kenmerkende vizierschuiven wereldwijd unieke kunstwerken, die echter wel grootschalige renovatie moeten ondergaan. Jaap Rebel van Siemens, en Dirk Jan Kiljan van Rijkswaterstaat gaven een overzicht van dit uitdagende project. Hierbij is veel elektrotechniek inbegrepen, zoals een nieuw centraal bedieningsgebouw voor alle drie de stuwen. In het kader van de renovatie worden de schuiven in het werkbare seizoen vanaf het water verwijderd om gerenoveerd te worden. Daarbij is een tijdelijk keermiddel gebouwd, waarmee afgelopen zomer succesvolle proeven zijn genomen. Vanwege het feit dat de stuw in Hagestein een rijksmonument is moest deze zoveel mogelijk in originele staat behouden blijven. Dit betekent onder meer dat in Hagestein twee schuiven van de andere complexen na renovatie de oude schuiven zullen vervangen.

Waterbouwprijs 2016
Judith Boersma, winnaar van de vorige Waterbouwprijs presenteerde namens de Vereniging van Waterbouwers de prijzen van 2016 voor HBO’ers en academici. Daarbij viel op hoe gevarieerd en actueel het afstudeerwerk van de genomineerden en prijswinnaars was. In de categorie academici ging de eerste prijs naar Robert de Boer voor zijn scriptie over Building with Nature voor het stedelijk gebied rond Galveston Bay, bij New Orleans. De eerste prijs voor HBO’ers was voor Tess van den Assem en Marijn Gelderland van Avans Hogeschool voor hun onderzoek naar de stuw in de Maas bij Roermond. Dit onderzoek draagt bij aan de vervangingsopgave natte kunstwerken.
Een volledig overzicht van genomineerden en prijswinnaars vindt u op www.waterbouwers.nl

Suezkanaal
Voor Egypte maakt het Suezkanaal deel uit van het nationale prestige. En dat niet alleen: de inkomsten van het kanaal zijn erg belangrijk voor de staatskas van dit ontwikkelingsland. Vergroting van de capaciteit van het kanaal moet een einde maken aan wachttijden voor de scheepvaart én de inkomsten verhogen. Bas van Bemmelen van Boskalis gaf, mede namens overige consortiumleden Van Oord, Jan de Nul en NMDC, het publiek een kijkje achter de schermen van dit project. Om 220 miljoen m3 grond te kunnen baggeren in 10 maanden tijd, moest een enorme logistieke organisatie op touw worden gezet en alle beschikbare baggervaartuigen worden ingezet. Om dit te kunnen doen zijn 2.000 mensen uit 45 landen aan het werk geweest, die ook nog ter plekke moesten worden gehuisvest. Op 1 augustus werd het kanaal –op tijd!- opgeleverd.

Nieuwe Zeesluis IJmuiden
De huidige Noordersluis in IJmuiden dateert van 1929, en na al die jaren is deze sluis wel aan vervanging toe. De nieuwe sluis is met een DBFM-contract gegund aan het consortium OpenIJ, waarvan Leon Louis samen met Rico Sies van Rijkswaterstaat een presentatie gaf. De nieuwe sluis wordt met een breedte van 70 m, een diepte van 18 m en een lengte van 500 m de grootste ter wereld. De bouw ervan wordt een uitdaging voor de bouwers, vanwege de stabiliteit van de oude Noorder- en Middensluis. Monitoren van vervormingen en waterspanningen is dan zeer belangrijk. De beide sluishoofden worden trillingsvrij gebouwd als pneumatisch afgezonken caissons. Verder worden bij de bouw zoveel mogelijk diepwanden toegepast. Het project wordt volgens planning eind 2019 opgeleverd.

Afscheid Han Vrijling
De Waterbouwdag 2016 markeerde ook het afscheid van prof. Han Vrijling als dagvoorzitter en voorzitter van de commissie die de dag inhoudelijk voorbereidt. Han Vrijling was dagvoorzitter van 2004 tot en met 2016. Ter gelegenheid van dit afscheid ontving hij van (mede)opvolger prof. Bas Jonkman een verzamelposter met de posters van alle Waterbouwdagen waarvan hij voorzitter was. Die laten zien dat veel Waterbouwdagen een maatschappelijk thema hadden en dat de dag steeds is vernieuwd. “Han nodigde altijd sprekers uit van andere disciplines en kon kritisch uit de hoek komen, vooral als er ongefundeerde ideeën werden gelanceerd, zoals een berg in de Noordzee”.

Vrijling maakte in zijn dankwoord duidelijk alle vertrouwen te hebben in zijn opvolgers (Bas Jonkman, Stefan Aarninkhof en Anneke Hibma) en maakte van de gelegenheid gebruik om hen de volgende wijsheden mee te geven:

  • evalueer projecten op het gebied van bouwen met de natuur;
  • evalueer uitgevoerde projecten met Design & Build contracten;
  • het nieuwe project Trans European Transport Network (TEN-T) is een goed voorbeeld van een rendabele investering die de economie ten goede komt en helemaal in de geest is van Adam Smith.